In 2014 liep ik van Wateringen in Nederland (in het Westland) naar Fisterra in Spanje (ten westen van Santiago de Compostela).
Daarna besloot ik om niet terug te keren naar Nederland, maar verder te zwerven. Onderweg werk ik om in mijn onderhoud te voorzien.
Ik bevind me momenteel in Frankrijk.

Noodopvang

En weer te laat

En weer kom ik er niet op tijd door, vanmorgen. Vandaag ga ik naar Mirande.
Laat ik het er maar op houden dat ik op deze manier in ieder geval een kans heb om het departement tot in al zijn uithoeken te bezoeken…

Gisteren diverse sollicitaties gedaan in Auch, maar ik zou bijna gaan hopen dat ik niet aangenomen word; het wordt op deze manier wel erg onzeker of ik op mijn werk kan verschijnen.

Noodopvang

Terug in Auch

En ik ben weer terug in Auch.
De dame die me op zou halen, kwam uiteindelijk niet: ik kon meerijden met een andere dakloze, die ook doorverwezen was naar Condom, en in bezit is van een auto. Helaas. Of eigenlijk zelfs dubbel helaas: enerzijds kwam die mevrouw niet, en had dus ook geen eten voor me bij zich; anderzijds heeft die andere man een probleem aan zijn luchtwegen, waardoor hij de hele nacht heeft liggen hoesten, en ik van het weekend bijna geen oog heb dichtgedaan.

De noodopvang in Condom is niet slecht: basaal, maar schoon en compleet. Helaas waren het Rode Kruis, de Resto du Cœur en de Secours Populaire dicht in het weekend, waardoor eten geen optie leek. En daar kwam de voorzienigheid om de hoek kijken, waar wij pelgrims zo op moeten vertrouwen: ik ging een rondje wandelen door de stad, en vond 5 euro. En het is helemaal niet gek wat je bij de Leader Price kunt kopen voor €5: een zak Riz Cantonais (lijkt een beetje op nasi), 6 eieren, een zak chips, een zak chocoladebroodjes, en zelfs wat appel/bananencompôte. Goed, niet het meest voedzame voer, maar je komt er wel een weekend mee door.
Mijn collega rekende op mij om hem te voeren, maar dat ging me te ver: als je zo dom bent om ’s ochtends van je laatste geld een GPS te kopen voor in je auto, en dan ’s middags heel verbaasd te reageren dat je niets te eten en te roken hebt, heb je wat mij betreft wel een lesje te leren.

Ik mocht 2 nachten blijven in Condom. Maandagochtend belde ik 115 dus weer; om 9h08 had ik beet, en was ik net op tijd voor het laatste bed in Auch.
Mijn huisgenoten waren blij dat ik weer terug was, dus dat deed wel goed, en ik heb gelukkig hetzelfde bed dat ik had voor mijn vertrek: in een rustig hoekje, op een rustige kamer.
Vanmorgen was ik de eerste die 115 belde. Morgen ben ik dat, denk ik, weer…

En ik ben vastbesloten van de winter genoeg geld te verdienen om in het voorjaar een oude bestelbus aan te schaffen en om te bouwen tot simpele camper. Het werkt niet alleen op je zenuwen om zo in het rond gestuurd te worden, het is ook niet echt praktisch bij het vinden (en behouden) van werk.
Met een bus heb ik altijd een dak boven mijn hoofd, en bovendien vervoer om van seizoenswerk naar seizoenswerk te reizen. Ik denk dat ik aan een euro of 2000 genoeg moet hebben voor aanschaf, verbouwing, en de verzekering voor het eerste jaar (Frankrijk kent geen wegenbelasting).

Noodopvang

Geen plaats

Ik schreef al dat iedereen in de logement d’urgence om een paar minuten na 9 als een dolle 115 belt om zeker te zijn van een plaats. Ik belde vandaag om 9h08, en was al te laat: alle bedden zijn bezet vanavond. Men probeert nu een plaats voor me te regelen in Vic-Fezensac. Als dat lukt zal ik daarheen moeten liften. En liften op zaterdag is niet makkelijk. Van de andere kant: als er geen plaats is, of liften lukt niet, slaap ik vannacht op straat. En het is koud ’s nachts.

UPDATE 10h14:
Er is plaats voor me in Condom ¹ ². Ik word om 14h30 opgehaald in Auch. En de dame die me naar Condom brengt, neemt ook wat te eten mee voor vanavond.

Noodopvang

Foto’s Nogaro en Auch

Ik heb eindelijk even de tijd genomen om Bluetooth uit te vogelen (het kabeltje om mijn telefoon aan mijn laptop te hangen ligt nog bij Marinette op zolder).

Dit is de logement d’urgence in Nogaro:

In Auch ziet het er zo uit:

Dit vond ik gewoon een mooi middeleeuws plaatje (Auch); helaas moest ik overdag terugkomen voor een duidelijkere foto, vanwege geen geweldige camera:

En voor wie in is voor een geintje en een beetje Frans spreekt:

Waarschijnlijk is-ie koud tegen de tijd dat-ie aankomt, maar voor die €8,50 met gratis bezorging…
Het landnummer van Frankrijk is +33.
;-)

Noodopvang

Tweede week Auch

2 Weken ben ik nu in Auch. De verveling is enorm.
Gelukkig is ook hier de bibliotheek gratis, dus ik heb nu een 2e Franse bibliotheekkaart, en ben inmiddels aan mijn 4e boek bezig (sinds mijn aankomst in Auch). De verveling is in ieder geval goed om mijn Frans te verbeteren.
:-)

Omdat ik hier inmiddels meer dan een week ben, moet ik elke ochtend 115 bellen om te vragen of ik nog een nacht mag blijven. Wie het eerst komt, die het eerst maalt, en daarbij hebben mensen die afgelopen nacht een bed hadden niet meer rechten dan mensen die dat niet hadden, dus als de medewerker in functie om een paar minuten na 9 roept “C’est bon pour cent-quinze!” (“We kunnen voor 115!“), grijpt iedereen naar zijn telefoon, om vervolgens de lijnen te overbelasten, en massaal op de voice-mail terecht te komen, direct op te hangen, en opnieuw te bellen. Het heeft wel wat grappigs. Normaal gesproken heeft om 9h15 iedereen z’n bed wel veiliggesteld.

Vorig weekend was trouwens een rustig weekend. In de nacht van vrijdag op zaterdag werd de RSA gestort, en de collega’s die recht hebben op de RSA besloten hun geld te investeren in de bierindustrie. Maar wie duidelijk zichtbaar onder invloed verkeert, komt de opvang niet in — enerzijds een verzekeringskwestie, anderzijds past laveloosheid niet in de ‘gezamenlijkheid’ die men hier probeert te stimuleren (samen tafeldekken, samen eten, samen opruimen, enz.). De meesten kwamen aan het einde van de dag gewoon niet opdagen, en die ene die wel kwam aangekropen, kreeg te horen dat hij op straat zijn roes uit mocht slapen. Waardoor ik overbleef met de asielzoekers.

Over de asielzoekers gesproken: ik ben bevorderd tot tolk. De Albaniërs spreken geen Frans, maar sommigen spreken wel een beetje Duits. En omdat ik beide spreek, mag ik vertalen tussen de Albaniërs en de medewerkers wanneer dat nodig is. En ben ik één van de aanspreekpunten bij het huiswerk voor de Franse les die ze verplicht volgen.

De uitzendbureaus in de stad zijn niet heel enthousiast om me in te schrijven. Van de ene kant omdat ik geen auto heb, maar van de andere kant denk ik dat het er ook mee te maken heeft dat ik hetzelfde postadres heb als alle andere daklozen in de stad.
Wel kreeg ik van de week een telefoontje uit Gourette, in de Pyreneeën. Ze waren geïnteresseerd, en wilden me uitnodigen voor een gesprek, maar omdat ik relatief ver weg ben, hebben we afgesproken eerst een telefonisch onderhoud te doen. Dat was afgelopen woensdag, en ik ben nog niet teruggebeld; dat werkt inmiddels behoorlijk op mijn zenuwen. Goed, vrijdag was een feestdag, en nu is het weekend, maar maandag ga ik hen bellen, en ik hoop dat ik niet te horen krijg dat ze iemand gevonden hebben die dichterbij woont (ik heb begrepen dat het lastig is om tijdelijke woonruimte te vinden voor personeel in Gourette).

Maandagmiddag heb ik een afspraak op het arbeidsbureau; iets over het verkrijgen van een Frans sofi-nummer. Vrijdag ga ik naar het ziekenhuis voor een (gratis) medische check-up.

Noodopvang

Auch

Afgelopen maandagochtend vertrok ik vanuit de Béarn richting Auch (spreek uit: ‘Osh‘), om ‘even’ een titre de séjour te halen. Het liften ging redelijk voorspoedig — ik had me geschoren, en zag er niet al te erg als een zwerver uit — en om een uur of 4 in de middag werd ik op het station van Auch afgezet.
Het eerste dat ik deed was 115 bellen om een plek voor de nacht te regelen. Ik kon terecht, en omdat ik niet bekend ben in Auch, stuurde de 115-medewerker me naar de mairie om de weg te vragen naar de hebergement d’urgence: de mairie is makkelijk te vinden, en de noodopvang daar in de buurt.
De receptionist van de mairie keek me glazig aan: geen idee dat er een noodopvang in zijn stad was. Met behulp van een collega stuurde hij me uiteindelijk naar la maison diocésaine, een katholieke organisatie om de hoek.
Bij de zusters keek men mij glazig aan: nooit gehoord van een noodopvang in de stad. Men besloot mij door te sturen naar het Rode Kruis, 1 deur verder.
Bij het Rode Kruis was niemand aanwezig. En dus belde ik 115 nog maar een keer. De medewerkster had alle tijd, en bleek de weg in Auch heel goed te kennen: ze bleef aan de telefoon (en ik natuurlijk ook), en ze leidde me hier-rechts-nu-links tot voor de deur. Naar binnen kon ik nog niet, want het was 5 uur, en de deur gaat om 18h30 open, maar nu wist ik in ieder geval waar ik moest zijn; mijn bed was gereserveerd. Bovendien hoefde ik me niet druk te maken om eten: er wordt ’s avonds gezamenlijk gegeten. Wie zich voor het eerst meldt, mag een week blijven zonder opnieuw 115 te moeten bellen.

Om 18h30 stond ik weer voor de deur; nu met een groep andere hulpvragers. De meesten zijn hier voor langere tijd. Er is een Albanisch stel, 2 Albanische jongens (voor zover ik begrijp geen familie), een Russisch stel, een Guinees, 2 Marokkanen en een paar Fransen; de Albaniërs, de Russen en de Guinees wachten op de behandeling van hun asielverzoek. Ik word direct geadopteerd door de Albaniërs, de Russen en een Fransman; de meeste anderen zijn te ver heen om zich nog om anderen te bekommeren.
De noodopvang is een huis met 7 kamers voor 1, 2, 3 of 4 personen. Ik kom in een 2-persoonskamer met een man die nauwelijks uit zijn ogen kan kijken door jarenlang drankmisbruik, en zijn hond. Verder zijn er een huiskamer met tv, een grote keuken met vaatwasser, wasmachine en wasdroger, een kantoortje, een grote ruimte met tafels en stoelen om te eten en overdag te verblijven, en douches en toiletten. De nachtopvang is open van 18h30 tot 8h30; tussen 8h30 en 12h00 kunnen mensen die ook niet veel hebben, komen ontbijten en/of anderen ontmoeten. ’s Nachts is er 1 medewerker aanwezig; de rest van de openingstijden zelfs 3.
’s Avonds wordt er eten geserveerd voor de mensen die hier de nacht doorbrengen, het ontbijt is open voor iedereen, en wie dat nodig heeft (zoals ik) kan om een uur of 11 een lunchpakket komen halen. Dit alles met dank aan de voedselbank en sponsors.

Op dinsdag wil ik naar de préfecture voor mijn titre de séjour. Maar 1 november is een feestdag, Toussaints (Allerheiligen, de dag van de doden), en dus wordt er niet gewerkt. Slenterend door de stad zie ik mijn huisgenoten aan het werk of recreërend: zittend op de stoep met een bakje voor zich voor kleingeld, mensen aansprekend op terrassen, of, al dan niet met een joint of een blik in de hand, zittend op een bankje in een park, met een lege blik voor zich uit starend. Ik besluit dat dat in ieder geval niet mijn toekomst zal zijn.

Op woensdag meld ik me bij de préfecture, waar in een minuut een droom aan diggelen gaat: als ik geen betaald werk heb, heb ik ook geen recht op een titre de séjour; mijn 2 jaar werk als vrijwilliger tellen niet. Het ergste is nog niet eens de titre de séjour die ik niet krijg; het ergte is die hooghartige trut achter het loket, die met een vies gezicht zegt ‘De RSA is voor werkende mensen.‘…
Resultaat: zonder titre de séjour geen RSA (bijstand), zonder RSA geen APL (huursubsidie), zonder APL geen gîte. Ja, dat komt aan. Ik doe verder niet zoveel op woensdag. Gelukkig heb ik aan mijn huisgenoten gezien dat dit niet het moment is om een biertje te nemen.

Op donderdag meld ik me bij R.E.G.A.R., een stichting die in het leven geroepen is om hulp en advies te bieden aan mensen die verder nergens terecht kunnen. Op dit moment kunnen ze niet heel veel voor me doen: ik krijg een postadres, maar voor hulp bij het vinden van woonruimte moet ik eerst werk zien te vinden; zodra ik dat heb, kunnen zij me plaatsen in gesubsidieerde woonruimte, totdat ik genoeg verdien om iets volledig zelfstandigs te betalen.
’s Middags schrijf ik me in bij Pole Emploi (het arbeidsbureau) en ga ik bij verschillende uitzendbureaus langs. De uitzendbureaus zijn niet bijster geïnteresseerd omdat ik geen vervoer heb; desondanks lukt het me om me bij 1 in te schrijven, en een afspraak te maken voor een inschrijving bij een andere.
’s Avonds ben ik de held van de medewerkers van de opvang; blijkbaar is het lang geleden dat ze hier iemand hadden die uit zijn situatie probeerde te klimmen. Ik word overladen met adressen waar ik even langs moet; uitzendbureaus, maar ook een stichting die auto’s uitleent aan mensen die zich geen auto kunnen veroorloven, en zo nog het een en ander.

Op vrijdag bezoek ik nog een paar uitzendbureaus, waarbij ik nog een afspraak voor een inschrijving scoor, en verander ik op het postkantoor het adres van mijn bankrekening. De middag breng ik door in de bibliotheek, waar ik heel de middag een computer claim om online te zoeken naar werk en uitzendbureaus.
’s Avonds vraag en krijg ik overplaatsing naar een andere kamer. De stank van de hond en van bier maakten het al een niet heel fijne kamer, maar dat mijn kamergenoot zich af lag te trekken onder in het stapelbed terwijl ik bovenin een boek probeerde te lezen, was voor mij de druppel (sorry voor die onbedoelde woordspeling).

En nu is het weekend, en heb ik dus even vrij.
Maandag heb ik 2 afspraken bij uitzendbureaus. Op dinsdag nemen mijn Albanische ‘adoptieouders’ me op sleeptouw om een kaart te regelen voor gratis openbaar vervoer in de regio.

Nieuws van mijn sollicitaties in de Pyreneeën heb ik nog niet.

Noodopvang

De afgelopen maand

Een maandje geleden gaf ik mijn berichtje ‘De bodem’ als titel. Maar daar was ik nog lang niet…

De Assistente Sociale had me gezegd dat de CAF (Caisse d’Allocation Familiales, de organisatie die gaat over de RSA; de Fransen zijn dol op afkortingen) 10 dagen de tijd had om mijn dossier te bestuderen. Daarmee zou ik een antwoord hebben voordat ik uit Lelin-Lapujolle moest vertrekken. Maar uiteraard liep de CAF een beetje achter met de afhandeling van de dossiers. En dus had ik geen antwoord voor mijn vertrek. En zonder RSA ook geen hulp bij het zoeken van onderdak.

Op 13 oktober kon ik gelukkig wel de auto van Marinette lenen, zodat ik naar de wervingsdag voor de skigebieden in de Pyreneeën kon. Die wervingsdag bestond uit een sporthal vol tafeltjes, waarachter medewerkers van hotels, restaurants, skiverhuurders, etc. zaten, en waarvoor rijen met mensen stonden die een kort sollicitatiegesprek met die wervers wilden; aansluiten en babbelen. Ik heb uiteindelijk 5 serieuze sollicitaties gedaan; 4 als barman en 1 als keukenhulp. Allemaal hebben ze me beloofd binnen een week of 3 te reageren, dus dat zou uiterlijk eind volgende week zijn. Het skiseizoen start begin december; sommige recruiters wierven alleen voor december en februari, met de kans op meer als er daadwerkelijk sneeuw valt.

Na de wervingsdag zou ik mijn tent bij Marinette in de tuin opzetten, maar dat ging niet door: ik kreeg een eigen kamer; wat een luxe! De volgende morgen heb ik mijn rugzak opnieuw ingepakt — de spullen die niet in mijn rugzak passen staan bij Marinette op zolder, en ik heb mijn zomerspullen omgeruild voor mijn winterkleren. En daarna was het tijd om ook daar te vertrekken, want aan het eind van het pelgrimsseizoen is Marinette moe, en heeft ze tijd voor zichzelf nodig, en dus geen behoefte aan een zwerver over de vloer.

En dus zat er niets anders op dan 115 te bellen. Ik kon terecht in de noodhuisvesting in Nogaro. En de noodhuisvesting in Nogaro is een goor hol, waar alles kapot is, niets werkt, in geen jaren is schoongemaakt, en de deur niet op slot kan; je zou er nog geen beest opsluiten. Normaal gesproken is de noodhuisvesting voor maximaal 2 nachten, maar omdat ik op maandagochtend weer een afspraak had met de Assistente Sociale in Nogaro, mocht ik 3 nachten blijven. Maar in ieder geval was het een kans om interessante mensen te ontmoeten: de daklozen die hier in het verleden overnacht hebben, houden het nog een beetje als basis om elkaar te ontmoeten (voor de deur, want ze begrijpen allemaal hoe weinig privacy je binnen hebt), en ook de plaatselijke dealers komen even kennis maken en handen schudden.
Ondanks wat de 115-medewerker meldde, hoefde ik het hok in ieder geval niet met een ander te delen; die ander kwam niet opdagen.

Die maandagochtend was het 18 oktober, en dus bijna 4 weken geleden dat ik de RSA aangevraagd had, maar de Assistente Sociale bevestigde wat ik op ‘Ma Caf’ (mijn CAF-account onlline) ook al gezien had: geen nieuws. En dus belde ik weer 115, en vroeg ik of ik in de noodopvang in Éauze mocht; de Asistente Sociale had van meer mensen gehoord dat de opvang in Nogaro niet echt een droomvakantie is, en wist dat het in Éauze beter is.

Ik mocht naar Éauze, en omdat de Assistente Sociale daar woont, kon ik bovendien met haar meerijden.
La locale in Éauze wordt onderhouden door het Rode Kruis (in Nogaro is de mairie verantwoordelijk), en is in aanzienlijk betere staat. In weze doet het me een beetje denken aan de gratis gemeentelijke refuges die ik als pelgrim gezien heb: een ‘gemeenschappelijke ruimte’ van een paar vierkante meter, 2 kamertjes (zonder deur) met elk een bed, een keukenblok met 2 elektrische kookplaatjes en een magnetron, een douche en een toilet, en zelfs een wasmachine en -droger. Bij aankomst vraagt de Rode Kruis-medewerker of ik verder nog iets nodig heb — als ik niet te eten heb, heeft hij een kast vol magnetronmaaltijden —, maar ik heb nog wat geld, en ben dus voorlopig te trots om wat aan te nemen.
Deze opvang deel ik wel met een ander: de Marokkaan Momo, wat Frans schijnt te zijn voor Mohammed. Momo verblijft hier zo vaak dat hij een oude dvd-speler meegenomen heeft tegen de verveling. Op zich is het geen onaardige kerel, maar het is een beetje jammer dat hij de gewoonte heeft direct na zijn ochtendkoffie zijn eerste joint al op te steken; ik ben best wat gewend, maar de geur van hasjiesj om 8h30 vergt best wat geduld.
In de loop van de week bel ik nog een paar keer 115 met de vraag of ik nog even mag blijven; dat mag ik.

Op vrijdag — 21 oktober, ruim een maand na mijn aanvraag — is er dan eindelijk nieuws van de CAF: verzoek RSA afgewezen. Ik begin een beetje in paniek te raken.
Ik besluit niet met de Assistente Sociale te bellen voor een afspraak, maar naar Nogaro te liften en zonder afspraak bij haar aan te kloppen. Ze heeft geen tijd om voor me uit te zoeken waar de afwijzing vandaan komt, maar begrijpt dat de nood even aan de man is, en regelt een voorschot voor me; zo heb ik van het weekend in ieder geval te eten. Van 115 mag ik ook nog even in Éauze blijven.
Ik maak een nieuwe afspraak met de Assistente Sociale (of eigenlijk met een andere, want inmiddels zijn er 2 dames op mijn dossier gedoken, maar ik wil het verhaal niet nog verwarrender maken) voor woensdag.

Op zondag dan eindelijk weer wat beter nieuws.
Marie-Pierre is een vriendin van een vriendin; ik heb haar een paar keer daar ontmoet, en heb haar een paar keer op de markt (in Éauze) bezocht, waar ze crêpes verkoopt. Marie-Pierre was het weekend op bezoek bij een vriendin in de Béarn, waar ze iemand ontmoet heeft die een gîte voor pelgrims heeft, maar die weer op reis wil, en iemand zoekt die de gîte wil overnemen. Marie-Pierre dacht direct aan mij, en stuurde me een mail.
Uiteraard bel ik Yves, en spreek met hem af dat ik op donderdag bij hem ben om kennis te maken.

Op woensdag ben ik weer bij de Assistente Sociale. Ze heeft zich er inmiddels in verdiept, en heeft bij mijn aanvraag RSA 1 dingetje over het hoofd gezien: dit jaar is de wet veranderd (Frans of Europees, dat weet ik niet), en sindsdien moet je als Europeaan een titre de sejour (een soort visum) aanvragen als je in Frankrijk ergens aanspraak op wilt maken. Oftewel: fuck het Schengen-verdrag.
Om dat document aan te vragen, moet ik me melden bij de prefectuur in Auch, de hoofdstad van de Gers; dat kan elke werkdag tussen 8h30 en 12h00, zonder afspraak. De Assistente Sociale heeft de blijde boodschap dat een document van de prefectuur eerder maanden dan weken op zich laat wachten.
Voor ik vertrek print en ondertekent ze een verklaring voor me, waarmee ik, voor onbepaalde tijd, bij elke sociale hulporganisatie (Rode Kruis, Secours Catholique, etc.) in de Gers kan aankloppen voor een gratis maaltijd.

Ik besluit Auch heel even links te laten liggen, en eerst naar de Béarn te liften voor mijn afspraak met Yves. Omdat ik woensdagmiddag vertrek en donderdag pas heb afgesproken, kan ik rustigaan doen.
En dat komt goed uit, want mijn eerste lift brengt me van Nogaro naar Pau. Wat betekent dat ik vanuit een andere hoek mijn bestemming nader dan ik gepland had, waardoor ik nu langs Navarrenx kom. En in Navarrenx was ik deze zomer ook al eens, om aan Jean-Gaétan te vragen of hij misschien een hospitalier nodig had in zijn gîte L’Alchimiste (het mag duidelijk zijn dat hij dat niet had). Omdat ik graag een donativo-gîte zou willen, en L’Alchimiste een donativo-gîte is, en bovendien op maar een kilometer of 20 van de gîte waarheen ik onderweg ben, lijkt het me een goed idee om daar aan te kloppen voor de nacht; zo’n contact moet je warmhouden, want Jean-Gaétan zit ongetwijfeld vol met bruikbare (juridische) informatie; daarnaast is het ook een aardige kerel.

Ik ben van harte welkom, krijg een bier en een eigen kamer, en eet ’s avonds uiteraard mee. De groep is bovendien erg leuk: een groep geestelijk minder validen die met hun begeleiders een stuk van de chemin lopen.
Ik kan weer even ademhalen.

Donderdagochtend wil Jean-Gaétan niets weten van een betaling. Bovendien kan ik hem bellen als mijn overname doorgaat, zodat we een keer een avond kunnen bomen over alle haken en ogen, en noteert hij mijn nummer ook, zodat hij alvast kan gaan rondvragen voor werk voor de winter (zijn voorstel).

En dan lift ik de laatste 20 kilometer naar Yves.
Het huis is een groot pand met een grote tuin in het centrum van het dorp. De gîte is een beetje een bende, maar daar kijk ik doorheen: het is duidelijk dat dit heel veel potentieel heeft. Maar het is ook duidelijk dat Yves nog niet helemaal klaar is om er een punt achter te zetten: hij is in zijn hoofd nog bezig met allerlei decoratieve zaken waar hij niet mee bezig zou zijn als hij het idee van afscheid volledig geaccepteerd had. De afspraak was al dat hij voorlopig de helft van het huis zou houden, in de tijd dat hij een bestelwagen ombouwt tot camper; het is duidelijk dat we ook goede afspraken moeten maken over zijn datum van vertrek.
We zijn voorlopig nog niet uitonderhandeld.

Als ik wil kan ik in ieder geval de winter blijven, om de werkzaamheden te verrichten die het huis sowieso nodig heeft. Tegen kost en inwoning. Dat geeft een beetje rust: als het werk in de Pyreneeën niet doorgaat, hoef ik in ieder geval niet op straat te slapen van de winter.

Dit weekend blijf ik hier nog, om verder te onderhandelen en om het huis en het dorp te leren kennen; vandaag ga ik ook langs het Office De Tourisme om te kijken of die cijfers hebben van het aantal pelgrims dat hier per jaar langskomt.
Maandag lift ik naar Auch, zodat ik — hopelijk — dinsdagochtend in de rij kan gaan staan voor mijn titre de sejour. Dat betekent dus weer een paar nachten in de noodopvang. Daarna zie ik weer verder.